Verhandeling 128 Paper 128
Jezus als jongeman Jesus’ Early Manhood
128:0.1 (1407.1) TOEN Jezus van Nazaret de eerste jaren van zijn volwassenheid inging, had hij een normaal leven zoals de gemiddelde mens op aarde achter zich en dit zette zich op dezelfde wijze voort. Jezus was op deze wereld gekomen net zoals andere kinderen: met de keuze van zijn ouders had hij niets te maken gehad. Wel had hij juist deze wereld uitgekozen als de planeet waarop hij zijn zevende en laatste zelfschenking zou volvoeren, zijn incarnatie in de gelijkenis van het sterfelijk vlees, maar voor het overige deed hij op natuurlijke wijze zijn intrede in deze wereld, groeide op als een kind van dit gebied en worstelde met de wisselvalligheden in zijn omgeving, net zoals andere stervelingen op deze en gelijksoortige werelden. 128:0.1 (1407.1) AS JESUS of Nazareth entered upon the early years of his adult life, he had lived, and continued to live, a normal and average human life on earth. Jesus came into this world just as other children come; he had nothing to do with selecting his parents. He did choose this particular world as the planet whereon to carry out his seventh and final bestowal, his incarnation in the likeness of mortal flesh, but otherwise he entered the world in a natural manner, growing up as a child of the realm and wrestling with the vicissitudes of his environment just as do other mortals on this and on similar worlds.
128:0.2 (1407.2) Houdt steeds de tweeledige bedoeling van de zelfschenking van Michael op Urantia voor ogen: 128:0.2 (1407.2) Always be mindful of the twofold purpose of Michael’s bestowal on Urantia:
128:0.3 (1407.3) 1. het zich eigen maken van de ervaring van het gehele leven van een menselijk schepsel in het sterfelijk vlees, de voltooiing van zijn soevereiniteit in Nebadon; 128:0.3 (1407.3) 1. The mastering of the experience of living the full life of a human creature in mortal flesh, the completion of his sovereignty in Nebadon.
128:0.4 (1407.4) 2. het openbaren van de Universele Vader aan de sterfelijke bewoners van de werelden in tijd en ruimte, en deze stervelingen op een betere, doeltreffender manier tot een juister begrip van de Universele Vader te brengen. 128:0.4 (1407.4) 2. The revelation of the Universal Father to the mortal dwellers on the worlds of time and space and the more effective leading of these same mortals to a better understanding of the Universal Father.
128:0.5 (1407.5) Alle andere weldaden en voordelen voor zijn schepselen en universum waren secundair en bijkomstig bij deze grote doeleinden van de zelfschenking als sterveling. 128:0.5 (1407.5) All other creature benefits and universe advantages were incidental and secondary to these major purposes of the mortal bestowal.
1. Het eenentwintigste jaar (A.D. 15) ^top 1. The Twenty-First Year (A.D. 15) ^top
128:1.1 (1407.6) Bij het bereiken van de jaren van volwassenheid begon Jezus in ernst en volledig zelf-bewust aan de taak om zijn ervaring te completeren van het verwerven van de kennis van het leven van de laagste vorm van zijn intelligente schepselen, waardoor hij finaal en volledig het recht verdiende om het door hemzelf geschapen universum onvoorwaardelijk te regeren. Hij begon aan deze geweldige taak in het volle besef van zijn tweeledige natuur. Wel had hij deze twee naturen al doeltreffend tot één gecombineerd — Jezus van Nazaret. 128:1.1 (1407.6) With the attainment of adult years Jesus began in earnest and with full self-consciousness the task of completing the experience of mastering the knowledge of the life of his lowest form of intelligent creatures, thereby finally and fully earning the right of unqualified rulership of his self-created universe. He entered upon this stupendous task fully realizing his dual nature. But he had already effectively combined these two natures into one—Jesus of Nazareth.
128:1.2 (1407.7) Joshua ben Josef wist heel goed dat hij een mens was, een sterfelijk mens, geboren uit een vrouw. Dit blijkt uit de keuze van zijn eerste titel, Zoon des Mensen. Hij nam waarlijk deel aan vlees en bloed, en zelfs nu hij met soeverein gezag waakt over de bestemming van een universum, draagt hij nog steeds onder zijn talrijke welverdiende titels ook die van Zoon des Mensen. Het is letterlijk waar dat het scheppende Woord — de Schepper-Zoon — van de Universele Vader ‘vlees geworden is en als een mens van dat gebied op Urantia heeft gewoond.’ Hij arbeidde, werd vermoeid, rustte, en sliep. Hij kreeg honger en bevredigde deze behoeften met voedsel; hij kreeg dorst en leste zijn dorst met water. Hij ervoer het gehele gamma van menselijke gevoelens en emoties; hij werd ‘in alle dingen beproefd, evenals gij,’ en hij leed en stierf. 128:1.2 (1407.7) Joshua ben Joseph knew full well that he was a man, a mortal man, born of woman. This is shown in the selection of his first title, the Son of Man. He was truly a partaker of flesh and blood, and even now, as he presides in sovereign authority over the destinies of a universe, he still bears among his numerous well-earned titles that of Son of Man. It is literally true that the creative Word—the Creator Son—of the Universal Father was “made flesh and dwelt as a man of the realm on Urantia.” He labored, grew weary, rested, and slept. He hungered and satisfied such cravings with food; he thirsted and quenched his thirst with water. He experienced the full gamut of human feelings and emotions; he was “in all things tested, even as you are,” and he suffered and died.
128:1.3 (1407.8) Hij verwierf kennis, deed ervaring op, en combineerde deze tot wijsheid, juist zoals andere stervelingen van deze wereld. Tot na zijn doop maakte hij geen gebruik van bovennatuurlijke kracht. Hij bediende zich van geen enkele werking die geen deel uitmaakte van zijn menselijke gaven als de zoon van Jozef en Maria. 128:1.3 (1407.8) He obtained knowledge, gained experience, and combined these into wisdom, just as do other mortals of the realm. Until after his baptism he availed himself of no supernatural power. He employed no agency not a part of his human endowment as a son of Joseph and Mary.
128:1.4 (1408.1) Wat de attributen van zijn voor-menselijk bestaan betreft, daarvan ontledigde hij zich. Vóór de aanvang van zijn werk in het openbaar was zijn kennis van mensen en gebeurtenissen geheel door hemzelf beperkt. Hij was waarlijk een mens onder de mensen. 128:1.4 (1408.1) As to the attributes of his prehuman existence, he emptied himself. Prior to the beginning of his public work his knowledge of men and events was wholly self-limited. He was a true man among men.
128:1.5 (1408.2) Het is een eeuwige, heerlijke waarheid dat ‘wij een hoge regeerder hebben die kan worden geroerd door het gevoel voor onze zwakheden. Wij hebben een Soeverein die op alle punten beproefd werd en verzocht zoals wij, maar hij zondigde niet.’ En daar hij zelf geleden heeft, werd getoetst en beproefd, kan hij hen die in verwarring en nood verkeren, heel goed begrijpen en bijstaan. 128:1.5 (1408.2) It is forever and gloriously true: “We have a high ruler who can be touched with the feeling of our infirmities. We have a Sovereign who was in all points tested and tempted like as we are, yet without sin.” And since he himself has suffered, being tested and tried, he is abundantly able to understand and minister to those who are confused and distressed.
128:1.6 (1408.3) De timmerman van Nazaret begreep nu geheel welke taak voor hem lag, maar hij verkoos zijn menselijke leven te leiden zoals het zich langs natuurlijke weg zou ontwikkelen. En in sommige van deze aangelegenheden is hij inderdaad een voorbeeld voor zijn sterfelijke schepselen, zoals ook geschreven staat: ‘Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, van nature God zijnde, het niet ongewoon heeft geacht Gode gelijk te zijn. Maar hij heeft zichzelf ontledigd, nam de gestalte aan van een schepsel, en werd geboren in de gelijkenis van de mens. En na de gedaante van een mens te hebben aangenomen, heeft hij zich verootmoedigd en is gehoorzaam geworden tot in de dood, ja, tot de dood des kruises.’ 128:1.6 (1408.3) The Nazareth carpenter now fully understood the work before him, but he chose to live his human life in the channel of its natural flowing. And in some of these matters he is indeed an example to his mortal creatures, even as it is recorded: “Let this mind be in you which was also in Christ Jesus, who, being of the nature of God, thought it not strange to be equal with God. But he made himself to be of little import and, taking upon himself the form of a creature, was born in the likeness of mankind. And being thus fashioned as a man, he humbled himself and became obedient to death, even the death of the cross.”
128:1.7 (1408.4) Hij leefde als sterveling, precies zoals alle andere leden van de menselijke familie kunnen leven, ‘die in de dagen in het vlees zo dikwijls gebeden en smekingen, zelfs met hevige gevoelens en tranen, opzond tot Hem die kan redden van alle kwaad, en zijn gebeden waren doeltreffend omdat hij geloofde.’ Het betaamde hem daarom in ieder opzicht aan zijn broeders gelijk te worden, opdat hij een barmhartige en begrijpende soeverein over hen zou zijn. 128:1.7 (1408.4) He lived his mortal life just as all others of the human family may live theirs, “who in the days of the flesh so frequently offered up prayers and supplications, even with strong feelings and tears, to Him who is able to save from all evil, and his prayers were effective because he believed.” Wherefore it behooved him in every respect to be made like his brethren that he might become a merciful and understanding sovereign ruler over them.
128:1.8 (1408.5) Aangaande zijn menselijke natuur verkeerde hij nooit in twijfel; deze was vanzelfsprekend en altijd aanwezig in zijn bewustzijn. Maar ten aanzien van zijn goddelijke natuur was er altijd ruimte voor twijfel en gissingen, althans tot het moment van zijn doop. Zijn eigen besef van zijn goddelijkheid was een langzame, en van menselijk standpunt uit gezien, natuurlijke evolutionaire openbaring. Deze openbaring en zijn eigen bewustwording van zijn goddelijkheid begon in Jeruzalem, toen hij nog geen dertien jaar was, met het eerste bovennatuurlijke voorval in zijn bestaan als mens, en de ervaring van zijn eigen bewustwording van zijn goddelijke natuur werd voltooid ten tijde van zijn tweede bovennatuurlijke ervaring terwijl hij in het vlees was, de belangrijke gebeurtenis die gepaard ging met zijn doop in de Jordaan door Johannes, en die het begin markeerde van zijn openbare optreden van bijstand en onderricht. 128:1.8 (1408.5) Of his human nature he was never in doubt; it was self-evident and always present in his consciousness. But of his divine nature there was always room for doubt and conjecture, at least this was true right up to the event of his baptism. The self-realization of divinity was a slow and, from the human standpoint, a natural evolutionary revelation. This revelation and self-realization of divinity began in Jerusalem when he was not quite thirteen years old with the first supernatural occurrence of his human existence; and this experience of effecting the self-realization of his divine nature was completed at the time of his second supernatural experience while in the flesh, the episode attendant upon his baptism by John in the Jordan, which event marked the beginning of his public career of ministry and teaching.
128:1.9 (1408.6) Tussen deze twee hemelse bezoeken in, het ene in zijn dertiende jaar en het andere bij zijn doop, gebeurde er niets bovennatuurlijks of bovenmenselijks in het leven van deze geïncar-neerde Schepper-Zoon. Desalniettemin was het kindje van Betlehem, de jongen, de jongeman, en de man van Nazaret, in werkelijkheid de geïncarneerde Schepper van een universum; maar in zijn leven tot aan de dag van zijn doop door Johannes, maakte hij geen enkele maal ook maar het minste gebruik van zijn macht, noch van de leiding van hemelse persoonlijkheden, behalve van zijn beschermserafijnen. En wij die hiervan getuigen, weten waarover wij spreken. 128:1.9 (1408.6) Between these two celestial visitations, one in his thirteenth year and the other at his baptism, there occurred nothing supernatural or superhuman in the life of this incarnated Creator Son. Notwithstanding this, the babe of Bethlehem, the lad, youth, and man of Nazareth, was in reality the incarnated Creator of a universe; but he never once used aught of this power, nor did he utilize the guidance of celestial personalities, aside from that of his guardian seraphim, in the living of his human life up to the day of his baptism by John. And we who thus testify know whereof we speak.
128:1.10 (1408.7) Toch was hij gedurende al deze jaren van zijn leven in het vlees waarlijk goddelijk. Hij was daadwerkelijk een Schepper-Zoon van de Paradijs-Vader. Toen hij eenmaal zijn loopbaan in het openbaar op zich had genomen, nadat hij zijn zuiver menselijke ervaring ter verkrijging van de soevereiniteit technisch had voltooid, aarzelde hij niet om publiekelijk toe te geven dat hij de Zoon van God was. Hij aarzelde niet te verklaren: ‘Ik ben de Alpha en de Omega, het begin en het einde, de eerste en de laatste.’ Hij protesteerde in latere jaren niet, toen hij genoemd werd de Heer der Heerlijkheid, de Heerser over een Universum, de Here God der ganse schepping, de Heilige Israels, de Heer van allen, de Heer en onze God, God met ons, die een naam heeft boven alle naam en op alle werelden, de Almacht van een universum, het Universele Bewustzijn van deze schepping, Hij in wie alle schatten der wijsheid en kennis verborgen liggen, de volheid van Hem die alle dingen vervult, het eeuwig Woord van de eeuwige God, Hij die was vóór alle dingen en in wie alle dingen bestaan, de Schepper van hemel en aarde, de Handhaver van een universum, de Rechter der ganse aarde, de Gever van eeuwig leven, de Ware Herder, de Bevrijder der werelden, en de Leidsman van onze verlossing. 128:1.10 (1408.7) And yet, throughout all these years of his life in the flesh he was truly divine. He was actually a Creator Son of the Paradise Father. When once he had espoused his public career, subsequent to the technical completion of his purely mortal experience of sovereignty acquirement, he did not hesitate publicly to admit that he was the Son of God. He did not hesitate to declare, “I am Alpha and Omega, the beginning and the end, the first and the last.” He made no protest in later years when he was called Lord of Glory, Ruler of a Universe, the Lord God of all creation, the Holy One of Israel, the Lord of all, our Lord and our God, God with us, having a name above every name and on all worlds, the Omnipotence of a universe, the Universe Mind of this creation, the One in whom are hid all treasures of wisdom and knowledge, the fullness of Him who fills all things, the eternal Word of the eternal God, the One who was before all things and in whom all things consist, the Creator of the heavens and the earth, the Upholder of a universe, the Judge of all the earth, the Giver of life eternal, the True Shepherd, the Deliverer of the worlds, and the Captain of our salvation.
128:1.11 (1409.1) Hij maakte nooit bezwaar tegen één van deze titels wanneer deze op hem werden toegepast toen hij uit zijn zuiver menselijke leven in latere jaren was verrezen tot de staat waar hij zich bewust was dat hij een dienstbetoon van goddelijkheid verrichtte in zijn mensheid, ten behoeve van de mensheid, en aan de mensheid van deze wereld en alle andere werelden. Jezus maakte alleen bezwaar tegen één titel die op hem werd toegepast: toen hij eens Immanuel genoemd werd, antwoordde hij slechts: ‘Die ben ik niet, dat is mijn oudere broeder.’ 128:1.11 (1409.1) He never objected to any of these titles as they were applied to him subsequent to the emergence from his purely human life into the later years of his self-consciousness of the ministry of divinity in humanity, and for humanity, and to humanity on this world and for all other worlds. Jesus objected to but one title as applied to him: When he was once called Immanuel, he merely replied, “Not I, that is my elder brother.”
128:1.12 (1409.2) Jezus onderwierp zich steeds, zelfs toen hij tot zijn weidser leven op aarde was gekomen, onderdanig aan de wil van de Vader in de hemel. 128:1.12 (1409.2) Always, even after his emergence into the larger life on earth, Jesus was submissively subject to the will of the Father in heaven.
128:1.13 (1409.3) Na zijn doop had hij er geen enkel bezwaar tegen zijn oprechte gelovigen en dankbare volgelingen toe te staan hem te vereren. Zelfs toen hij worstelde met armoede, en zware handenarbeid verrichtte om zijn familie het noodzakelijke levensonderhoud te verschaffen, groeide zijn besef dat hij een Zoon van God was; hij wist dat hij de maker van de hemelen was en van deze zelfde aarde waarop hij nu zijn bestaan als mens volbracht. En de heerscharen der hemelse wezens in heel het grote, toeschouwende universum wisten eveneens dat deze man van Nazaret hun geliefde Soeverein en Schepper-vader was. Een intense spanning heerste er al deze jaren in het universum Nebadon; alle ogen in de hemel waren voortdurend gericht op Urantia — op Palestina. 128:1.13 (1409.3) After his baptism he thought nothing of permitting his sincere believers and grateful followers to worship him. Even while he wrestled with poverty and toiled with his hands to provide the necessities of life for his family, his awareness that he was a Son of God was growing; he knew that he was the maker of the heavens and this very earth whereon he was now living out his human existence. And the hosts of celestial beings throughout the great and onlooking universe likewise knew that this man of Nazareth was their beloved Sovereign and Creator-father. A profound suspense pervaded the universe of Nebadon throughout these years; all celestial eyes were continuously focused on Urantia—on Palestine.
128:1.14 (1409.4) Dit jaar ging Jezus met Jozef naar Jeruzalem om het Paasfeest te vieren. Omdat hij Jakobus had meegenomen naar de tempel om gewijd te worden, achtte hij het zijn plicht nu ook Jozef mee te nemen. Jezus gaf nooit van enige voorliefde blijk waar het zijn familie betrof. Hij ging met Jozef naar Jeruzalem via de gebruikelijke route door het dal van de Jordaan, maar hij keerde naar Nazaret terug langs de weg ten oosten van de Jordaan die door Amatus liep. Terwijl ze stroomafwaarts langs de Jordaan liepen, vertelde Jezus aan Jozef over de Joodse geschiedenis, en op de terugreis verhaalde hij hem over de belevenissen van de vermeende stammen van Ruben, Gad en Gilead, die volgens de overlevering in deze streken ten oosten van de rivier hadden gewoond. 128:1.14 (1409.4) This year Jesus went up to Jerusalem with Joseph to celebrate the Passover. Having taken James to the temple for consecration, he deemed it his duty to take Joseph. Jesus never exhibited any degree of partiality in dealing with his family. He went with Joseph to Jerusalem by the usual Jordan valley route, but he returned to Nazareth by the east Jordan way, which led through Amathus. Going down the Jordan, Jesus narrated Jewish history to Joseph and on the return trip told him about the experiences of the reputed tribes of Ruben, Gad, and Gilead that traditionally had dwelt in these regions east of the river.
128:1.15 (1409.5) Jozef stelde Jezus vele vragen die van het grootste belang waren met betrekking tot zijn levensmissie, maar op de meeste van die vragen antwoordde Jezus telkens slechts: ‘Mijn uur is nog niet gekomen.’ Toch vielen er in deze vertrouwelijke gesprekken vele malen woorden die Jozef zich zou herinneren tijdens de bewogen gebeurtenissen van latere jaren. Jezus bracht, met Jozef, deze Paastijd door bij zijn drie vrienden in Betanië, zoals zijn gewoonte was wanneer hij in Jeruzalem kwam om deze feestelijke gedenkdagen bij te wonen. 128:1.15 (1409.5) Joseph asked Jesus many leading questions concerning his life mission, but to most of these inquiries Jesus would only reply, “My hour has not yet come.” However, in these intimate discussions many words were dropped which Joseph remembered during the stirring events of subsequent years. Jesus, with Joseph, spent this Passover with his three friends at Bethany, as was his custom when in Jerusalem attending these festival commemorations.
2. Het tweeëntwintigste jaar (A.D. 16) ^top 2. The Twenty-Second Year (A.D. 16) ^top
128:2.1 (1409.6) Dit was één van een aantal jaren waarin de broers en zusjes van Jezus de beproevingen en beroeringen moesten doorstaan die eigen zijn aan de problemen en noodzakelijke aanpassingen van de adolescentie. Jezus had nu broers en zusjes in de leeftijd van zeven tot achttien jaar, en hij had het druk met hen te helpen zich aan te passen aan het ontwaken van de nieuwe ver- standelijke en emotionele fasen in hun leven. Hij moest aldus de problemen van de adolescentie aanpakken zoals deze manifest werden in het leven van zijn jongere broers en zusjes. 128:2.1 (1409.6) This was one of several years during which Jesus’ brothers and sisters were facing the trials and tribulations peculiar to the problems and readjustments of adolescence. Jesus now had brothers and sisters ranging in ages from seven to eighteen, and he was kept busy helping them to adjust themselves to the new awakenings of their intellectual and emotional lives. He had thus to grapple with the problems of adolescence as they became manifest in the lives of his younger brothers and sisters.
128:2.2 (1410.1) Dit jaar sloot Simon zijn schooltijd af en begon te werken bij Jakob de steenhouwer, de oude speelkameraad van Jezus, die altijd had klaargestaan om hem te verdedigen. Als resultaat van verscheidene familiebesprekingen was er besloten dat het niet verstandig zou zijn als alle jongens timmerman zouden worden. Ze waren van mening dat, indien zij meer verscheidenheid in hun ambachten zouden aanbrengen, ze later klaar zouden zijn om gehele bouwwerken te kunnen aannemen. Daar kwam nog bij dat zij ook niet allen voortdurend werk hadden gehad sedert er drie van hen de hele dag als timmerman werkten. 128:2.2 (1410.1) This year Simon graduated from school and began work with Jesus’ old boyhood playmate and ever-ready defender, Jacob the stone mason. As a result of several family conferences it was decided that it was unwise for all the boys to take up carpentry. It was thought that by diversifying their trades they would be prepared to take contracts for putting up entire buildings. Again, they had not all kept busy since three of them had been working as full-time carpenters.
128:2.3 (1410.2) Jezus ging dit jaar door met de afwerking van huizen en met schrijnmakerswerk, maar het grootste deel van zijn tijd bracht hij door in de reparatiewerkplaats voor karavanen. Jakobus begon hem geregeld af te lossen in de werkplaats. In de tweede helft van dit jaar, toen het in en om Nazaret een slappe tijd was in het timmermanswerk, droeg Jezus de zorg voor de reparatiewerkplaats over aan Jakobus, liet Jozef aan de werkbank thuis, en ging zelf naar Sepforis om bij een smid te werken. Hij werkte zes maanden met metalen en verkreeg een behoorlijke vaardigheid in het werk aan het aambeeld. 128:2.3 (1410.2) Jesus continued this year at house finishing and cabinetwork but spent most of his time at the caravan repair shop. James was beginning to alternate with him in attendance at the shop. The latter part of this year, when carpenter work was slack about Nazareth, Jesus left James in charge of the repair shop and Joseph at the home bench while he went over to Sepphoris to work with a smith. He worked six months with metals and acquired considerable skill at the anvil.
128:2.4 (1410.3) Voordat hij aan zijn nieuwe betrekking in Sepforis begon, belegde Jezus een van zijn periodieke familiebesprekingen en installeerde hij Jakobus, die toen kort daarvoor achttien was geworden, op plechtige wijze als waarnemend hoofd van het gezin. Hij beloofde zijn broer dat hij hem van harte zou steunen en zijn volle medewerking zou geven en hij vroeg van ieder lid van het gezin een formele belofte van gehoorzaamheid aan Jakobus. Van die dag af nam Jakobus de volle financiële verantwoordelijkheid voor het gezin op zich, terwijl Jezus wekelijks een bijdrage aan zijn broer gaf. Jezus nam Jakobus nooit weer de teugels uit handen. Toen hij in Sepforis werkte had hij, indien nodig, iedere avond naar huis kunnen lopen, maar hij bleef opzettelijk weg, waarbij hij weersomstandigheden en andere oorzaken als reden opgaf, doch zijn werkelijke beweegreden was Jakobus en Jozef erin te bekwamen de verantwoordelijkheid voor het gezin te dragen. Hij was begonnen aan het langzame proces om zijn familie op eigen benen te leren staan. Iedere Sabbat kwam Jezus terug naar Nazaret en soms ook in de week wanneer de omstandigheden dit vereisten, om te zien hoe het nieuwe plan werkte, om raad te geven en nuttige ideeën aan de hand te doen. 128:2.4 (1410.3) Before taking up his new employment at Sepphoris, Jesus held one of his periodic family conferences and solemnly installed James, then just past eighteen years old, as acting head of the family. He promised his brother hearty support and full co-operation and exacted formal promises of obedience to James from each member of the family. From this day James assumed full financial responsibility for the family, Jesus making his weekly payments to his brother. Never again did Jesus take the reins out of James’s hands. While working at Sepphoris he could have walked home every night if necessary, but he purposely remained away, assigning weather and other reasons, but his true motive was to train James and Joseph in the bearing of the family responsibility. He had begun the slow process of weaning his family. Each Sabbath Jesus returned to Nazareth, and sometimes during the week when occasion required, to observe the working of the new plan, to give advice and offer helpful suggestions.
128:2.5 (1410.4) Nu hij gedurende zes maanden grotendeels in Sepforis woonde, bood dit hem opnieuw de gelegenheid beter vertrouwd te raken met de niet-Joodse kijk op het leven. Hij werkte met niet-Joden, woonde bij niet-Joden, en op alle mogelijke wijzen bestudeerde hij van nabij en zorgvuldig hun levensgewoonten en hun denkwijzen. 128:2.5 (1410.4) Living much of the time in Sepphoris for six months afforded Jesus a new opportunity to become better acquainted with the gentile viewpoint of life. He worked with gentiles, lived with gentiles, and in every possible manner did he make a close and painstaking study of their habits of living and of the gentile mind.
128:2.6 (1410.5) De morele normen van deze stad, die de woonplaats was van Herodes Antipas, lagen zelfs zo ver beneden die van de karavaanstad Nazaret, dat Jezus er na een verblijf van zes maanden niet afkerig van was een excuus te zoeken om naar Nazaret terug te gaan. De groep waarvoor hij werkte zou betrokken worden bij publieke werken zowel in Sepforis als in de nieuwe stad Tiberias, en Jezus wilde niets te maken hebben met enig werk dat onder toezicht van Herodes Antipas plaatsvond. En er waren nog andere redenen waarom het naar de mening van Jezus verstandiger was om naar Nazaret terug te gaan. Toen hij terugkwam in de reparatiewerkplaats nam hij de persoonlijke leiding van de familiezaken niet opnieuw op zich. Hij werkte met Jakobus samen in de werkplaats en liet hem zoveel mogelijk ook het toezicht thuis houden. Noch in Jakobus’ toezicht op de gezinsuitgaven noch in zijn beheer van het budget van het huisgezin kwam verandering. 128:2.6 (1410.5) The moral standards of this home city of Herod Antipas were so far below those of even the caravan city of Nazareth that after six months’ sojourn at Sepphoris Jesus was not averse to finding an excuse for returning to Nazareth. The group he worked for were to become engaged on public work in both Sepphoris and the new city of Tiberias, and Jesus was disinclined to have anything to do with any sort of employment under the supervision of Herod Antipas. And there were still other reasons which made it wise, in the opinion of Jesus, for him to go back to Nazareth. When he returned to the repair shop, he did not again assume the personal direction of family affairs. He worked in association with James at the shop and as far as possible permitted him to continue oversight of the home. James’s management of family expenditures and his administration of the home budget were undisturbed.
128:2.7 (1410.6) Met zulke wijze en weloverwogen plannen trof Jezus voorbereidingen om zich uiteindelijk terug te kunnen trekken uit de actieve betrokkenheid bij de zaken van zijn familie. Toen Jakobus twee jaar ervaring had opgedaan als waarnemend hoofd van de familie — en twee jaar vóór hij (Jakobus) zou gaan trouwen — kreeg Jozef het beheer over de huishoudkas en werd hem de algemene leiding thuis toevertrouwd. 128:2.7 (1410.6) It was by just such wise and thoughtful planning that Jesus prepared the way for his eventual withdrawal from active participation in the affairs of his family. When James had had two years’ experience as acting head of the family—and two full years before he (James) was to be married—Joseph was placed in charge of the household funds and intrusted with the general management of the home.
3. Het drieëntwintigste jaar (A.D. 17) ^top 3. The Twenty-Third Year (A.D. 17) ^top
128:3.1 (1411.1) Dit jaar werd de financiële druk iets minder, daar er nu vier aan het werk waren. Mirjam verdiende aardig door de verkoop van melk en boter; Marta was bedreven geworden in het weven. De koopsom voor de reparatiewerkplaats was voor meer dan een derde afbetaald. De situatie was zodanig, dat Jezus gedurende drie weken zijn werk kon neerleggen om Simon mee te nemen naar Jeruzalem voor het Paasfeest, sedert het overlijden van zijn vader de langste tijd dat hij zijn dagelijkse arbeid kon laten rusten. 128:3.1 (1411.1) This year the financial pressure was slightly relaxed as four were at work. Miriam earned considerable by the sale of milk and butter; Martha had become an expert weaver. The purchase price of the repair shop was over one third paid. The situation was such that Jesus stopped work for three weeks to take Simon to Jerusalem for the Passover, and this was the longest period away from daily toil he had enjoyed since the death of his father.
128:3.2 (1411.2) Zij reisden naar Jeruzalem via de Dekapolis en door Pella, Gerasa, Filadelfia, Hesbon, en Jericho. Ze keerden naar Nazaret terug langs de kustroute, waarbij ze Lydda, Joppe, en Caesarea aandeden, en vandaar gingen ze om de berg Karmel heen naar Ptolemaïs en Nazaret. Door deze tocht raakte Jezus tamelijk goed bekend met geheel Palestina ten noorden van het district Jeruzalem. 128:3.2 (1411.2) They journeyed to Jerusalem by way of the Decapolis and through Pella, Gerasa, Philadelphia, Heshbon, and Jericho. They returned to Nazareth by the coast route, touching Lydda, Joppa, Caesarea, thence around Mount Carmel to Ptolemais and Nazareth. This trip fairly well acquainted Jesus with the whole of Palestine north of the Jerusalem district.
128:3.3 (1411.3) In Filadelfia maakten Jezus en Simon kennis met een koopman uit Damascus die zo’n grote genegenheid voor het tweetal uit Nazaret opvatte, dat hij erop stond dat zij bij hem in zijn hoofdkantoor te Jeruzalem bleven logeren. Terwijl Simon de tempel bezocht, bracht Jezus een groot gedeelte van zijn tijd door met deze ontwikkelde, bereisde man en spraken zij over aangelegenheden in de wereld. Deze koopman bezat meer dan vierduizend karavaankamelen; hij had belangen in de gehele Romeinse wereld en was nu op weg naar Rome. Hij stelde voor dat Jezus naar Damascus zou komen om daar te gaan werken in zijn importzaak van goederen uit het Oosten, maar Jezus legde hem uit dat hij zich niet gerechtigd voelde op dat ogenblik zo ver bij zijn familie vandaan te gaan. Maar op weg naar huis gingen zijn gedachten dikwijls uit naar die verre steden en naar de zelfs nog verder gelegen landen in het Verre Westen en het Verre Oosten, waarover hij zo dikwijls had horen spreken door de karavaanreizigers en-leiders. 128:3.3 (1411.3) At Philadelphia Jesus and Simon became acquainted with a merchant from Damascus who developed such a great liking for the Nazareth couple that he insisted they stop with him at his Jerusalem headquarters. While Simon gave attendance at the temple, Jesus spent much of his time talking with this well-educated and much-traveled man of world affairs. This merchant owned over four thousand caravan camels; he had interests all over the Roman world and was now on his way to Rome. He proposed that Jesus come to Damascus to enter his Oriental import business, but Jesus explained that he did not feel justified in going so far away from his family just then. But on the way back home he thought much about these distant cities and the even more remote countries of the Far West and the Far East, countries he had so frequently heard spoken of by the caravan passengers and conductors.
128:3.4 (1411.4) Simon genoot zeer van zijn bezoek aan Jeruzalem. Hij werd, zoals het behoorde, opgenomen in de gemeenschap van Israel tijdens de inwijding van de nieuwe zonen der wet ter gelegenheid van het Paasfeest. Terwijl Simon de ceremoniën van het Paasfeest bijwoonde, mengde Jezus zich tussen de drommen bezoekers en had vele belangwekkende persoonlijke gesprekken met talrijke niet-Joodse proselieten. 128:3.4 (1411.4) Simon greatly enjoyed his visit to Jerusalem. He was duly received into the commonwealth of Israel at the Passover consecration of the new sons of the commandment. While Simon attended the Passover ceremonies, Jesus mingled with the throngs of visitors and engaged in many interesting personal conferences with numerous gentile proselytes.
128:3.5 (1411.5) Het opmerkelijkste van al deze contacten was misschien wel dat met een jonge Hellenist, die Stefanus heette. Deze jonge man bezocht Jeruzalem voor de eerste keer en ontmoette Jezus toevallig op de donderdagmiddag van de Paasweek. Terwijl zij beiden rondwandelden en het paleis van Asmon bekeken, begon Jezus terloops het gesprek dat ten gevolge had dat zij belangstelling voor elkaar kregen, en dat tot een discussie van vier uur leidde over de weg des levens, de ware God en de verering van hem. Stefanus raakte enorm onder de indruk van hetgeen Jezus zei; hij vergat diens woorden nooit meer. 128:3.5 (1411.5) Perhaps the most notable of all these contacts was the one with a young Hellenist named Stephen. This young man was on his first visit to Jerusalem and chanced to meet Jesus on Thursday afternoon of Passover week. While they both strolled about viewing the Asmonean palace, Jesus began the casual conversation that resulted in their becoming interested in each other, and which led to a four-hour discussion of the way of life and the true God and his worship. Stephen was tremendously impressed with what Jesus said; he never forgot his words.
128:3.6 (1411.6) Dit was dezelfde Stefanus die later een gelovige werd in het onderricht van Jezus en die dit jonge evangelie zo stoutmoedig verkondigde, dat hij door woedende Joden gestenigd werd. De ongewone stoutmoedigheid waarmee Stefanus zijn visie op het nieuwe evangelie verkondigde, was ten dele het rechtstreekse gevolg van dit vroegere gesprek met Jezus. Doch Stefanus had nooit het flauwste vermoeden dat de Galileeër met wie hij zo’n vijftien jaar tevoren had gesproken, dezelfde persoon was die hij later verkondigde als de Verlosser van de wereld en voor wie hij zo spoedig zou sterven, waardoor hij de eerste martelaar werd van het zich ontwikkelende, nieuwe Christelijke geloof. Toen Stefanus zijn leven gaf als prijs voor zijn aanval op de Joodse tempel en haar traditionele gebruiken, was één van de toeschouwers een zekere Saulus, een burger uit Tarsus. En toen Saulus zag hoe deze Griek voor zijn geloof kon sterven, ontwaakten er gevoelens in zijn hart die hem uiteindelijk ertoe brachten de zaak te omhelzen waarvoor Stefanus was gestorven; later werd hij de ondernemende en ontembare Paulus, de filosoof, zoal niet de enige grondlegger, van de Christelijke religie. 128:3.6 (1411.6) And this was the same Stephen who subsequently became a believer in the teachings of Jesus, and whose boldness in preaching this early gospel resulted in his being stoned to death by irate Jews. Some of Stephen’s extraordinary boldness in proclaiming his view of the new gospel was the direct result of this earlier interview with Jesus. But Stephen never even faintly surmised that the Galilean he had talked with some fifteen years previously was the very same person whom he later proclaimed the world’s Savior, and for whom he was so soon to die, thus becoming the first martyr of the newly evolving Christian faith. When Stephen yielded up his life as the price of his attack upon the Jewish temple and its traditional practices, there stood by one named Saul, a citizen of Tarsus. And when Saul saw how this Greek could die for his faith, there were aroused in his heart those emotions which eventually led him to espouse the cause for which Stephen died; later on he became the aggressive and indomitable Paul, the philosopher, if not the sole founder, of the Christian religion.
128:3.7 (1412.1) Op de zondag na de Paasweek begonnen Simon en Jezus aan de terugtocht naar Nazaret. Simon vergat nooit meer wat Jezus hem op deze tocht leerde. Hij had altijd van Jezus gehouden, maar nu kreeg hij het gevoel dat hij zijn vader-broer had leren kennen. Zij hadden vele openhartige gesprekken terwijl zij door het land trokken en hun maaltijden gereedmaakten langs de kant van de weg. Ze kwamen donderdagmiddag thuis en door over zijn ervaringen te vertellen zorgde Simon er die avond voor dat de familie laat ging slapen. 128:3.7 (1412.1) On the Sunday after Passover week Simon and Jesus started on their way back to Nazareth. Simon never forgot what Jesus taught him on this trip. He had always loved Jesus, but now he felt that he had begun to know his father-brother. They had many heart-to-heart talks as they journeyed through the country and prepared their meals by the wayside. They arrived home Thursday noon, and Simon kept the family up late that night relating his experiences.
128:3.8 (1412.2) Maria was zeer verstoord toen zij van Simon hoorde dat Jezus het grootste deel van zijn tijd in Jeruzalem had ‘doorgebracht met de vreemdelingen, in het bijzonder met diegenen die uit verre landen kwamen.’ De familie van Jezus kon nooit zijn grote belangstelling voor mensen begrijpen, zijn sterke behoefte om met hen te praten, te horen hoe zij leefden, en uit te vinden wat er in hun gedachten omging. 128:3.8 (1412.2) Mary was much upset by Simon’s report that Jesus spent most of the time when in Jerusalem “visiting with the strangers, especially those from the far countries.” Jesus’ family never could comprehend his great interest in people, his urge to visit with them, to learn about their way of living, and to find out what they were thinking about.
128:3.9 (1412.3) Meer en meer werd het gezin in Nazaret in beslag genomen door hun directe, menselijke problemen; over de toekomstige zending van Jezus werd niet dikwijls gesproken, en zeer zelden sprak hij zelf over zijn toekomstige loopbaan. Zijn moeder dacht er zelden aan dat hij een kind der belofte was. Langzamerhand had zij de gedachte laten varen dat Jezus een goddelijke missie op aarde zou vervullen, en toch herleefde haar geloof bij tijd en wijle wanneer zij zich bezon en dacht aan het bezoek van Gabriël, voordat het kind werd geboren. 128:3.9 (1412.3) More and more the Nazareth family became engrossed with their immediate and human problems; not often was mention made of the future mission of Jesus, and very seldom did he himself speak of his future career. His mother rarely thought about his being a child of promise. She was slowly giving up the idea that Jesus was to fulfill any divine mission on earth, yet at times her faith was revived when she paused to recall the Gabriel visitation before the child was born.
4. De episode in Damascus ^top 4. The Damascus Episode ^top
128:4.1 (1412.4) De laatste vier maanden van dit jaar bracht Jezus in Damascus door als gast van de koopman die hij voor het eerst had ontmoet in Filadelfia, toen hij op weg was naar Jeruzalem. Een vertegenwoordiger van deze koopman had Jezus opgespoord toen hij door Nazaret kwam en had hem naar Damascus vergezeld. Deze koopman, die gedeeltelijk Joods was, stelde voor een zeer grote som gelds beschikbaar te stellen voor het oprichten van een school voor religieuze filosofie in Damascus. Hij had het plan een centrum van wetenschap te creëren dat Alexandrië zou overvleugelen. Hij stelde bovendien voor dat Jezus onmiddellijk zou beginnen aan een grote rondreis langs de onderwijscentra in de wereld, ter voorbereiding op zijn positie aan het hoofd van dit nieuwe project. Dit was een van de grootste verleidingen waar Jezus ooit voor kwam te staan tijdens zijn zuiver menselijke loopbaan. 128:4.1 (1412.4) The last four months of this year Jesus spent in Damascus as the guest of the merchant whom he first met at Philadelphia when on his way to Jerusalem. A representative of this merchant had sought out Jesus when passing through Nazareth and escorted him to Damascus. This part-Jewish merchant proposed to devote an extraordinary sum of money to the establishment of a school of religious philosophy at Damascus. He planned to create a center of learning which would out-rival Alexandria. And he proposed that Jesus should immediately begin a long tour of the world’s educational centers preparatory to becoming the head of this new project. This was one of the greatest temptations that Jesus ever faced in the course of his purely human career.
128:4.2 (1412.5) Kort daarop bracht deze koopman Jezus in aanraking met een groep van twaalf kooplieden en bankiers, die overeenkwamen deze nieuw ontworpen school te steunen. Jezus gaf blijk van een grote interesse in de school die zij voorstonden en hielp hen met het maken van een plan voor de organisatie ervan, doch aldoor gaf hij uitdrukking aan zijn vrees dat zijn andere, eerdere verplichtingen, die hij niet verder preciseerde, hem zouden verhinderen de leiding van een onderneming met dergelijke aspiraties op zich te nemen. De man die zijn weldoener wilde zijn, hield vol en hij gaf Jezus in zijn huis wat goed lonend vertaalwerk te doen terwijl hij, zijn vrouw, en hun zoons en dochters trachtten Jezus ertoe over te halen de hem aangeboden eer te accepteren. Maar hij wilde niet toestemmen. Hij wist heel goed dat zijn missie op aarde niet ondersteund diende te worden door geleerde instellingen; hij wist dat hij niet de minste banden diende aan te gaan waardoor hij onder de leiding zou komen van de ‘raadsvergaderingen der mensen,’ wat voor goede bedoelingen deze ook mochten hebben. 128:4.2 (1412.5) Presently this merchant brought before Jesus a group of twelve merchants and bankers who agreed to support this newly projected school. Jesus manifested deep interest in the proposed school, helped them plan for its organization, but always expressed the fear that his other and unstated but prior obligations would prevent his accepting the direction of such a pretentious enterprise. His would-be benefactor was persistent, and he profitably employed Jesus at his home doing some translating while he, his wife, and their sons and daughters sought to prevail upon Jesus to accept the proffered honor. But he would not consent. He well knew that his mission on earth was not to be supported by institutions of learning; he knew that he must not obligate himself in the least to be directed by the “councils of men,” no matter how well-intentioned.
128:4.3 (1412.6) Hij, die verworpen werd door de godsdienstige leiders te Jeruzalem, zelfs nadat hij zijn leiderschap had getoond, werd erkend en verwelkomd als een meester-leraar door de zakenlieden en bankiers van Damascus, en dit alles speelde zich af terwijl hij nog een onopvallende, onbekende timmerman uit Nazaret was. 128:4.3 (1412.6) He who was rejected by the Jerusalem religious leaders, even after he had demonstrated his leadership, was recognized and hailed as a master teacher by the businessmen and bankers of Damascus, and all this when he was an obscure and unknown carpenter of Nazareth.
128:4.4 (1412.7) Hij sprak nooit over dit aanbod met zijn familie, en tegen het eind van dit jaar was hij weer terug in Nazaret en bezig met zijn dagelijkse taken, alsof hij de vleiende voorstellen van zijn vrienden in Damascus nooit had overwogen. Ook deze mannen in Damascus legden nooit verband tussen de latere burger van Kafarnaüm die het gehele Jodendom ondersteboven keerde, en de vroegere timmerman uit Nazaret, die de eer die hun gezamenlijke rijkdom hem had kunnen brengen, had durven afwijzen. 128:4.4 (1412.7) He never spoke about this offer to his family, and the end of this year found him back in Nazareth going about his daily duties just as if he had never been tempted by the flattering propositions of his Damascus friends. Neither did these men of Damascus ever associate the later citizen of Capernaum who turned all Jewry upside down with the former carpenter of Nazareth who had dared to refuse the honor which their combined wealth might have procured.
128:4.5 (1413.1) Heel handig en opzettelijk zorgde Jezus ervoor dat verschillende episoden van zijn leven zich los van elkaar afspeelden, zodat deze voor het oog van de wereld nooit met elkaar in verband werden gebracht als het werk van één enkele persoon. In latere jaren hoorde hij dikwijls toe wanneer er verteld werd over de vreemde Galileeër die de kans had afgewezen die hem geboden werd om een school te stichten in Damascus, welke zou kunnen wedijveren met Alexandrië. 128:4.5 (1413.1) Jesus most cleverly and intentionally contrived to detach various episodes of his life so that they never became, in the eyes of the world, associated together as the doings of a single individual. Many times in subsequent years he listened to the recital of this very story of the strange Galilean who declined the opportunity of founding a school in Damascus to compete with Alexandria.
128:4.6 (1413.2) Eén van de bedoelingen die Jezus had met zijn streven om bepaalde aspecten van zijn aardse ervaring van elkaar te scheiden, was te voorkomen dat er een beeld zou ontstaan van een zodanig veelzijdige en spectaculaire loopbaan, dat latere generaties daardoor de leraar zouden gaan vereren, in plaats van gehoor te geven aan de waarheid die hij had voorgeleefd en onderricht. Jezus wilde niet dat zijn leven zo’n menselijk succesverhaal zou worden, dat het de aandacht zou afleiden van hetgeen hij leerde. Al heel vroeg zag hij in dat zijn volgelingen in de verleiding zouden komen een religie over hem te vormen, die een concurrent zou kunnen worden van het evangelie van het koninkrijk dat hij van plan was aan de wereld te verkondigen. Dienovereenkomstig trachtte hij gedurende zijn veelbewogen levensloop steeds alles te onderdrukken waarvan hij dacht dat het voeding kon geven aan deze natuurlijke, menselijke neiging om de leraar te verheerlijken in plaats van zijn onderricht te verkondigen. 128:4.6 (1413.2) One purpose which Jesus had in mind, when he sought to segregate certain features of his earthly experience, was to prevent the building up of such a versatile and spectacular career as would cause subsequent generations to venerate the teacher in place of obeying the truth which he had lived and taught. Jesus did not want to build up such a human record of achievement as would attract attention from his teaching. Very early he recognized that his followers would be tempted to formulate a religion about him which might become a competitor of the gospel of the kingdom that he intended to proclaim to the world. Accordingly, he consistently sought to suppress everything during his eventful career which he thought might be made to serve this natural human tendency to exalt the teacher in place of proclaiming his teachings.
128:4.7 (1413.3) Deze zelfde beweegreden verklaart eveneens waarom hij toeliet dat hij onder verschillende benamingen bekend stond in de verschillende perioden van zijn afwisselend leven op aarde. Daar kwam bij dat hij geen enkele ongepaste invloed op zijn familie of op anderen wilde uit- oefenen die hen ertoe zou brengen om, tegen hun eerlijke overtuiging in, in hem te geloven. Hij weigerde altijd om op onbehoorlijke of oneerlijke wijze misbruik te maken van het menselijke bewustzijn. Hij wilde niet dat mensen in hem zouden geloven, tenzij zij een weerklank voelden in hun hart op de geestelijke werkelijkheden die in zijn leringen werden geopenbaard. 128:4.7 (1413.3) This same motive also explains why he permitted himself to be known by different titles during various epochs of his diversified life on earth. Again, he did not want to bring any undue influence to bear upon his family or others which would lead them to believe in him against their honest convictions. He always refused to take undue or unfair advantage of the human mind. He did not want men to believe in him unless their hearts were responsive to the spiritual realities revealed in his teachings.
128:4.8 (1413.4) Tegen het einde van dit jaar liep de huishouding in Nazaret tamelijk soepel. De kinderen groeiden op en Maria raakte eraan gewend dat Jezus niet meer thuis woonde. Hij bleef zijn verdiensten aan Jakobus overdragen ter ondersteuning van het gezin, en behield slechts een klein gedeelte voor zijn directe persoonlijke uitgaven. 128:4.8 (1413.4) By the end of this year the Nazareth home was running fairly smoothly. The children were growing up, and Mary was becoming accustomed to Jesus’ being away from home. He continued to turn over his earnings to James for the support of the family, retaining only a small portion for his immediate personal expenses.
128:4.9 (1413.5) Naarmate de jaren verstreken, werd het steeds moeilijker te beseffen dat deze man een Zoon van God op aarde was. Hij leek geheel een persoon van dat gebied te worden, een gewone man zoals anderen. En het was verordineerd door de Vader in de hemel dat de zelfschenking zich precies op deze manier zou ontvouwen. 128:4.9 (1413.5) As the years passed, it became more difficult to realize that this man was a Son of God on earth. He seemed to become quite like an individual of the realm, just another man among men. And it was ordained by the Father in heaven that the bestowal should unfold in this very way.
5. Het vierentwintigste jaar (A.D. 18) ^top 5. The Twenty-Fourth Year (A.D. 18) ^top
128:5.1 (1413.6) Dit was het eerste jaar dat Jezus betrekkelijk vrij was van de verantwoordelijkheid voor zijn familie. Jakobus slaagde er zeer goed in het huisgezin te besturen terwijl Jezus hem met raad en geld terzijde stond. 128:5.1 (1413.6) This was Jesus’ first year of comparative freedom from family responsibility. James was very successful in managing the home with Jesus’ help in counsel and finances.
128:5.2 (1413.7) In de week na het Paasfeest van dit jaar kwam er een jongeman uit Alexandrië naar Nazaret om voor later in het jaar een ontmoeting te regelen, ergens aan de kust van Palestina, tussen Jezus en een groep Joden uit Alexandrië. Er werd afgesproken dat deze bespreking halverwege juni zou plaatsvinden, en Jezus ging naar Caesarea om vijf vooraanstaande Joden uit Alexandrië te ontmoeten, die hem dringend verzochten zich als godsdienstleraar in hun stad te vestigen, waarbij zij hem als eerste stimulans de positie van assistent van de chazan van hun belangrijkste synagoge aanboden. 128:5.2 (1413.7) The week following the Passover of this year a young man from Alexandria came down to Nazareth to arrange for a meeting, later in the year, between Jesus and a group of Alexandrian Jews at some point on the Palestinian coast. This conference was set for the middle of June, and Jesus went over to Caesarea to meet with five prominent Jews of Alexandria, who besought him to establish himself in their city as a religious teacher, offering as an inducement to begin with, the position of assistant to the chazan in their chief synagogue.
128:5.3 (1414.1) De woordvoerder van dit comité legde aan Jezus uit dat Alexandrië voorbestemd was het belangrijkste centrum van de Joodse cultuur te worden voor de gehele wereld: dat de Hellenistische stroming in de Joodse aangelegenheden de Babylonische denkrichting praktisch was voorbijgestreefd. Zij herinnerden Jezus aan het onheilspellende gerommel van rebellie in Jeruzalem en in geheel Palestina en zij verzekerden hem dat iedere opstand van de Palestijnse Joden gelijk zou staan met nationale zelfmoord, dat de ijzeren hand van Rome de rebellie binnen drie maanden zou neerslaan, en dat Jeruzalem verwoest zou worden en de tempel afgebroken, zodat er geen steen op de andere gelaten zou worden. 128:5.3 (1414.1) The spokesmen for this committee explained to Jesus that Alexandria was destined to become the headquarters of Jewish culture for the entire world; that the Hellenistic trend of Jewish affairs had virtually outdistanced the Babylonian school of thought. They reminded Jesus of the ominous rumblings of rebellion in Jerusalem and throughout Palestine and assured him that any uprising of the Palestinian Jews would be equivalent to national suicide, that the iron hand of Rome would crush the rebellion in three months, and that Jerusalem would be destroyed and the temple demolished, that not one stone would be left upon another.
128:5.4 (1414.2) Jezus luisterde naar alles wat zij te zeggen hadden, dankte hen voor hun vertrouwen, en zei in het kort samengevat, ter verklaring van zijn weigering om naar Alexandrië te komen: ‘Mijn uur is nog niet gekomen.’ Zij waren onthutst door zijn ogenschijnlijke onverschilligheid ten aanzien van de eer die zij hem hadden willen bewijzen. Voordat zij afscheid van Jezus namen, boden zij hem een beurs met geld aan, als teken van hoogachting van zijn vrienden in Alexandrië en als vergoeding voor de tijd en kosten die hij had gemaakt om naar Caesarea te komen voor deze bespreking met hen. Maar ook het geld weigerde hij, met de woorden: ‘Het huis van Jozef heeft nooit aalmoezen ontvangen, en wij kunnen niet andermans brood eten zo lang ik sterke armen heb en mijn broers kunnen werken.’ 128:5.4 (1414.2) Jesus listened to all they had to say, thanked them for their confidence, and, in declining to go to Alexandria, in substance said, “My hour has not yet come.” They were nonplused by his apparent indifference to the honor they had sought to confer upon him. Before taking leave of Jesus, they presented him with a purse in token of the esteem of his Alexandrian friends and in compensation for the time and expense of coming over to Caesarea to confer with them. But he likewise refused the money, saying: “The house of Joseph has never received alms, and we cannot eat another’s bread as long as I have strong arms and my brothers can labor.”
128:5.5 (1414.3) Zijn vrienden uit Egypte scheepten zich in voor de thuisreis en in latere jaren, toen zij geruchten vernamen over de scheepsbouwer in Kafarnaüm die zulk een beroering teweeg bracht in Palestina, waren er slechts weinigen onder hen die vermoedden dat hij het volwassen geworden kindje van Betlehem was, en dezelfde vreemde Galileeër die met zo weinig plichtplegingen hun uitnodiging om een groot leraar in Alexandrië te worden, had afgewezen. 128:5.5 (1414.3) His friends from Egypt set sail for home, and in subsequent years, when they heard rumors of the Capernaum boatbuilder who was creating such a commotion in Palestine, few of them surmised that he was the babe of Bethlehem grown up and the same strange-acting Galilean who had so unceremoniously declined the invitation to become a great teacher in Alexandria.
128:5.6 (1414.4) Jezus keerde terug naar Nazaret. De resterende zes maanden van dit jaar vormden de minst bewogen periode uit zijn gehele levensloop. Hij genoot van dit tijdelijke respijt van zijn gewone programma van problemen die moesten worden opgelost en moeilijkheden die overwonnen moesten worden. Hij had veel innerlijke omgang met zijn Vader in de hemel en boekte enorme vooruitgang in het leren beheersen van zijn menselijk bewustzijn. 128:5.6 (1414.4) Jesus returned to Nazareth. The remainder of this year was the most uneventful six months of his whole career. He enjoyed this temporary respite from the usual program of problems to solve and difficulties to surmount. He communed much with his Father in heaven and made tremendous progress in the mastery of his human mind.
128:5.7 (1414.5) Maar op de werelden in tijd en ruimte hebben de zaken der mensen nooit lang een soepel verloop. In december had Jakobus een persoonlijk gesprek met Jezus, waarin hij hem vertelde dat hij een grote liefde had opgevat voor Esta, een jonge vrouw in Nazaret, en dat zij graag te eniger tijd zouden willen trouwen indien dit geregeld kon worden. Hij wees op het feit dat Jozef spoedig achttien jaar zou worden en dat het voor hem een goede ervaring zou zijn als waarnemend hoofd van de familie op te treden. Jezus gaf Jakobus toestemming om over twee jaar te trouwen, op voorwaarde dat hij gedurende die twee jaar Jozef voldoende zou hebben opgeleid om de leiding thuis over te nemen. 128:5.7 (1414.5) But human affairs on the worlds of time and space do not run smoothly for long. In December James had a private talk with Jesus, explaining that he was much in love with Esta, a young woman of Nazareth, and that they would sometime like to be married if it could be arranged. He called attention to the fact that Joseph would soon be eighteen years old, and that it would be a good experience for him to have a chance to serve as the acting head of the family. Jesus gave consent for James’s marriage two years later, provided he had, during the intervening time, properly trained Joseph to assume direction of the home.
128:5.8 (1414.6) En nu begon er van allerlei te gebeuren — er hingen huwelijken in de lucht. Het feit dat Jakobus erin was geslaagd de toestemming van Jezus te verkrijgen voor zijn huwelijk, gaf Mirjam de moed om haar broer-vader ook met haar plannen te benaderen. Jakob, de jonge steenhouwer en metselaar, de vroegere verdediger van Jezus, die nu zakelijk samenwerkte met Jakobus en Jozef, had reeds lange tijd geprobeerd Mirjams hand te winnen. Toen Mirjam haar plannen aan Jezus had voorgelegd, zei hij haar dat Jakob bij hem moest komen om formeel haar hand te vragen en hij beloofde haar zijn zegen aan hun huwelijk te zullen geven, zodra zij er zeker van was dat Marta in staat was haar plichten als oudste dochter op zich te nemen. 128:5.8 (1414.6) And now things began to happen—marriage was in the air. James’s success in gaining Jesus’ assent to his marriage emboldened Miriam to approach her brother-father with her plans. Jacob, the younger stone mason, onetime self-appointed champion of Jesus, now business associate of James and Joseph, had long sought to gain Miriam’s hand in marriage. After Miriam had laid her plans before Jesus, he directed that Jacob should come to him making formal request for her and promised his blessing for the marriage just as soon as she felt that Martha was competent to assume her duties as eldest daughter.
128:5.9 (1414.7) Wanneer hij thuis was, bleef hij lesgeven aan de avondschool, drie keer per week. Op de Sabbat las hij in de synagoge dikwijls voor uit de Schrift, praatte met zijn moeder, onderrichtte de kinderen en gedroeg zich in het algemeen als een waardig en gerespecteerd burger van Nazaret in de gemeenschap van Israel. 128:5.9 (1414.7) When at home, he continued to teach the evening school three times a week, read the Scriptures often in the synagogue on the Sabbath, visited with his mother, taught the children, and in general conducted himself as a worthy and respected citizen of Nazareth in the commonwealth of Israel.
6. Het vijfentwintigste jaar (A.D. 19) ^top 6. The Twenty-Fifth Year (A.D. 19) ^top
128:6.1 (1415.1) Aan het begin van dit jaar verkeerde het hele gezin in Nazaret in goede gezondheid en in dit jaar viel ook het einde van het reguliere schoolonderwijs van alle kinderen, met uitzondering van bepaald werk dat Marta nog met Ruth moest doen. 128:6.1 (1415.1) This year began with the Nazareth family all in good health and witnessed the finishing of the regular schooling of all the children with the exception of certain work which Martha must do for Ruth.
128:6.2 (1415.2) Jezus was een van de krachtigste en meest verfijnde mannen die sinds de dagen van Adam op aarde waren verschenen. Zijn fysieke ontwikkeling was schitterend. Zijn bewustzijn was actief, scherp en vorsend — vergeleken met het gemiddelde denkvermogen van zijn tijdgenoten had het gigantische proporties ontwikkeld — en zijn geest was inderdaad menselijk goddelijk. 128:6.2 (1415.2) Jesus was one of the most robust and refined specimens of manhood to appear on earth since the days of Adam. His physical development was superb. His mind was active, keen, and penetrating—compared with the average mentality of his contemporaries, it had developed gigantic proportions—and his spirit was indeed humanly divine.
128:6.3 (1415.3) De financiële toestand van het gezin was op zijn best sinds het huizenbezit van Jozef was verdwenen. De laatste afbetalingen op de reparatiewerkplaats voor de karavanen waren gedaan; zij waren niemand nog iets schuldig en voor de eerste maal in jaren hadden ze wat geld in reserve. Omdat dit alles zo lag, en omdat hij ook zijn andere broers had meegenomen naar Jeruzalem voor de ceremoniën van hun eerste Paasfeest, besloot Jezus om Judas (die juist zijn schooltijd had beëindigd) te vergezellen op zijn eerste bezoek aan de tempel. 128:6.3 (1415.3) The family finances were in the best condition since the disappearance of Joseph’s estate. The final payments had been made on the caravan repair shop; they owed no man and for the first time in years had some funds ahead. This being true, and since he had taken his other brothers to Jerusalem for their first Passover ceremonies, Jesus decided to accompany Jude (who had just graduated from the synagogue school) on his first visit to the temple.
128:6.4 (1415.4) Zij trokken naar Jeruzalem door het Jordaandal en keerden langs dezelfde weg terug, want Jezus was bang dat er moeilijkheden zouden kunnen ontstaan als hij zijn jonge broer meenam door Samaria. In Nazaret was Judas reeds verscheidene malen in lichte moeilijkheden geraakt vanwege zijn onbesuisde aard en de sterke patriottische gevoelens die hij had. 128:6.4 (1415.4) They went up to Jerusalem and returned by the same route, the Jordan valley, as Jesus feared trouble if he took his young brother through Samaria. Already at Nazareth Jude had got into slight trouble several times because of his hasty disposition, coupled with his strong patriotic sentiments.
128:6.5 (1415.5) Zij kwamen op tijd in Jeruzalem aan en waren op weg om hun eerste bezoek aan de tempel te brengen, waarvan de aanblik Judas tot in het diepst van zijn ziel had bewogen en ontroerd, toen zij toevallig Lazarus uit Betanië tegenkwamen. Terwijl Jezus met Lazarus sprak en een afspraak trachtte te maken om gezamenlijk het Pascha te vieren, begon Judas hen allen echt in moeilijkheden te brengen. Dichtbij hen stond een Romeinse soldaat van de wacht, die enige ongepaste opmerkingen maakte over een Joods meisje dat voorbijkwam. Judas raakte zo verontwaardigd, dat de vlammen hem uitsloegen en hij uitte zijn ergernis over deze ongepastheid direct aan het adres van de soldaat en binnen diens gehoorsafstand. De soldaten van de Romeinse legioenen waren echter zeer gevoelig voor alles wat grensde aan gebrek aan respect van de zijde van Joden en dus arresteerde de soldaat van de wacht Judas onmiddellijk. Dit was teveel voor de jonge patriot, en voordat Jezus hem met een waarschuwende blik tot voorzichtigheid kon manen, had hij zich al laten gaan in een luide stortvloed van opgekropte anti-Romeinse gevoelens, wat de zaak alleen nog maar erger maakte. Judas, met Jezus aan zijn zijde, werd direct naar de militaire gevangenis gebracht. 128:6.5 (1415.5) They arrived at Jerusalem in due time and were on their way for a first visit to the temple, the very sight of which had stirred and thrilled Jude to the very depths of his soul, when they chanced to meet Lazarus of Bethany. While Jesus talked with Lazarus and sought to arrange for their joint celebration of the Passover, Jude started up real trouble for them all. Close at hand stood a Roman guard who made some improper remarks regarding a Jewish girl who was passing. Jude flushed with fiery indignation and was not slow in expressing his resentment of such an impropriety directly to and within hearing of the soldier. Now the Roman legionnaires were very sensitive to anything bordering on Jewish disrespect; so the guard promptly placed Jude under arrest. This was too much for the young patriot, and before Jesus could caution him by a warning glance, he had delivered himself of a voluble denunciation of pent-up anti-Roman feelings, all of which only made a bad matter worse. Jude, with Jesus by his side, was taken at once to the military prison.
128:6.6 (1415.6) Jezus trachtte gedaan te krijgen dat Judas direct verhoord zou worden of anders op tijd zou worden vrijgelaten voor de viering van het Pascha die avond, maar zijn pogingen mislukten. Aangezien de volgende dag een ‘heilige samenkomst’ in Jeruzalem zou zijn, waagden zelfs de Romeinen het niet een Jood voor het gerecht te brengen. Dientengevolge bleef Judas in hechtenis tot de morgen van de tweede dag na zijn arrestatie, en Jezus bleef bij hem in de gevangenis. Ze waren niet in de tempel tegenwoordig bij de ceremonie waarbij de zonen der wet in het volledig burgerschap van Israel werden opgenomen. Het duurde nog verscheidene jaren eer Judas deze formele ceremonie zou ondergaan, en wel toen hij de volgende maal voor een Paasfeest in Jeruzalem kwam in verband met zijn propagandawerk voor de Zeloten, de patriottische organisatie waartoe hij behoorde en waarin hij zeer actief was. 128:6.6 (1415.6) Jesus endeavored to obtain either an immediate hearing for Jude or else his release in time for the Passover celebration that evening, but he failed in these attempts. Since the next day was a “holy convocation” in Jerusalem, even the Romans would not presume to hear charges against a Jew. Accordingly, Jude remained in confinement until the morning of the second day after his arrest, and Jesus stayed at the prison with him. They were not present in the temple at the ceremony of receiving the sons of the law into the full citizenship of Israel. Jude did not pass through this formal ceremony for several years, until he was next in Jerusalem at a Passover and in connection with his propaganda work in behalf of the Zealots, the patriotic organization to which he belonged and in which he was very active.
128:6.7 (1415.7) De morgen na hun tweede dag in de gevangenis verscheen Jezus voor de militaire magistraat ten behoeve van Judas. Door zijn broer te verontschuldigen op grond van zijn jeugdige leeftijd, en door een verder verklarende, maar weloverwogen toelichting met betrekking tot de provocerende aard van het voorval dat tot de arrestatie van zijn broer had geleid, wist Jezus de zaak zo te sturen dat de magistraat meende dat de jonge Jood misschien wel enig excuus had gehad voor zijn hevige uitbarsting. Nadat hij Judas had gewaarschuwd zich niet weer schuldig te maken aan zulk onbezonnen gedrag, zei hij tot Jezus toen hij hen liet gaan: ‘U kunt hem maar beter in het oog houden; hij is in staat jullie veel moeilijkheden te bezorgen.’ En de Romeinse rechter sprak de waarheid. Judas bezorgde Jezus aanzienlijke problemen, en altijd waren het moeilijkheden van dezelfde aard — botsingen met het burgerlijk gezag vanwege zijn onbezonnen en onverstandige patriottische uitbarstingen. 128:6.7 (1415.7) The morning following their second day in prison Jesus appeared before the military magistrate in behalf of Jude. By making apologies for his brother’s youth and by a further explanatory but judicious statement with reference to the provocative nature of the episode which had led up to the arrest of his brother, Jesus so handled the case that the magistrate expressed the opinion that the young Jew might have had some possible excuse for his violent outburst. After warning Jude not to allow himself again to be guilty of such rashness, he said to Jesus in dismissing them: “You had better keep your eye on the lad; he’s liable to make a lot of trouble for all of you.” And the Roman judge spoke the truth. Jude did make considerable trouble for Jesus, and always was the trouble of this same nature—clashes with the civil authorities because of his thoughtless and unwise patriotic outbursts.
128:6.8 (1416.1) Jezus en Judas liepen naar Betanië om daar te overnachten, en uit te leggen waarom zij hun afspraak voor de Paasmaaltijd niet hadden kunnen nakomen; de volgende dag gingen zij op weg naar Nazaret. Jezus vertelde de familie niet over de arrestatie van zijn jongere broer in Jeruzalem, maar hij had ongeveer drie weken na hun terugkomst een lang gesprek met Judas over deze geschiedenis. Na zijn gesprek met Jezus vertelde Judas het zelf aan de familie. Het geduld en de verdraagzaamheid die zijn broer-vader gedurende deze gehele beproevende ervaring aan de dag had gelegd, vergat hij nooit. 128:6.8 (1416.1) Jesus and Jude walked over to Bethany for the night, explaining why they had failed to keep their appointment for the Passover supper, and set out for Nazareth the following day. Jesus did not tell the family about his young brother’s arrest at Jerusalem, but he had a long talk with Jude about this episode some three weeks after their return. After this talk with Jesus Jude himself told the family. He never forgot the patience and forbearance his brother-father manifested throughout the whole of this trying experience.
128:6.9 (1416.2) Dit was het laatste Paasfeest dat Jezus samen met een lid van zijn eigen familie bijwoonde. De Zoon des Mensen zou steeds meer los komen van de nauwe omgang met zijn eigen vlees en bloed. 128:6.9 (1416.2) This was the last Passover Jesus attended with any member of his own family. Increasingly the Son of Man was to become separated from close association with his own flesh and blood.
128:6.10 (1416.3) Het gebeurde dit jaar dikwijls dat zijn tijden van diepe overpeinzing verstoord werden door Ruth en haar vriendinnetjes. En altijd was Jezus bereid de overdenking van zijn toekomstige werk voor de wereld en voor het universum te onderbreken om in de kinderlijke vreugde en de jeugdige blijdschap te kunnen delen van deze jonge kinderen, die nooit genoeg kregen van het luisteren naar de verhalen van Jezus over zijn ervaringen op zijn vers- chillende tochten naar Jeruzalem. Ze genoten ook erg van zijn verhalen over dieren en de natuur. 128:6.10 (1416.3) This year his seasons of deep meditation were often broken into by Ruth and her playmates. And always was Jesus ready to postpone the contemplation of his future work for the world and the universe that he might share in the childish joy and youthful gladness of these youngsters, who never tired of listening to Jesus relate the experiences of his various trips to Jerusalem. They also greatly enjoyed his stories about animals and nature.
128:6.11 (1416.4) De kinderen waren altijd welkom in de reparatiewerkplaats. Jezus zorgde ervoor dat er zand, blokken en stenen naast de werkplaats lagen, en groepjes jonge kinderen streken daar dan neer om zich te vermaken. Wanneer ze genoeg hadden van hun spel, gluurden de vrijmoedigste kinderen in de werkplaats, en als de baas daarvan het niet druk had, trokken ze de stoute schoenen aan, stapten naar binnen en zeiden: ‘Oom Joshua, kom naar buiten en vertel ons een mooi verhaal.’ Dan trokken ze hem aan zijn handen mee naar buiten tot hij op zijn geliefde rotsblok zat bij de hoek van de werkplaats, met de kinderen in een halve kring op de grond voor hem. En wat genoot het kleine volkje van hun oom Joshua. Ze leerden lachen, hartelijk lachen. Gewoonlijk klommen er een paar van de kleinste kinderen op zijn knieën, bleven daar zitten en keken in verwondering op naar zijn expressieve gelaat terwijl hij zijn verhalen vertelde. De kinderen hielden van Jezus en Jezus hield van de kinderen. 128:6.11 (1416.4) The children were always welcome at the repair shop. Jesus provided sand, blocks, and stones by the side of the shop, and bevies of youngsters flocked there to amuse themselves. When they tired of their play, the more intrepid ones would peek into the shop, and if its keeper were not busy, they would make bold to go in and say, “Uncle Joshua, come out and tell us a big story.” Then they would lead him out by tugging at his hands until he was seated on the favorite rock by the corner of the shop, with the children on the ground in a semicircle before him. And how the little folks did enjoy their Uncle Joshua. They were learning to laugh, and to laugh heartily. It was customary for one or two of the smallest of the children to climb upon his knees and sit there, looking up in wonderment at his expressive features as he told his stories. The children loved Jesus, and Jesus loved the children.
128:6.12 (1416.5) Het viel zijn vrienden moeilijk de verscheidenheid van zijn verstandelijke activiteiten te bevatten, en te begrijpen hoe hij zo plotseling en volledig over kon stappen van een diepgaand gesprek over politiek, filosofie of religie naar de zorgeloze, vrolijke speelsheid van deze kleintjes van vijf tot tien jaar. Toen zijn eigen broers en zusjes opgroeiden, toen hij meer vrije tijd kreeg en voordat de kleinkinderen arriveerden, besteedde hij veel aandacht aan deze kleine kinderen. Maar hij leefde niet lang genoeg op aarde om veel te kunnen genieten van de kleinkinderen. 128:6.12 (1416.5) It was difficult for his friends to comprehend the range of his intellectual activities, how he could so suddenly and so completely swing from the profound discussion of politics, philosophy, or religion to the lighthearted and joyous playfulness of these tots of from five to ten years of age. As his own brothers and sisters grew up, as he gained more leisure, and before the grandchildren arrived, he paid a great deal of attention to these little ones. But he did not live on earth long enough to enjoy the grandchildren very much.
7. Het zesentwintigste jaar (A.D. 20) ^top 7. The Twenty-Sixth Year (A.D. 20) ^top
128:7.1 (1416.6) Bij de aanvang van dit jaar werd Jezus van Nazaret zich er sterk van bewust dat hij in het bezit was van een breed gamma aan potentiële macht. Maar hij was er eveneens geheel van overtuigd dat deze macht niet gebruikt moest worden door zijn persoonlijkheid als de Zoon des Mensen, althans niet zo lang zijn uur nog niet gekomen was. 128:7.1 (1416.6) As this year began, Jesus of Nazareth became strongly conscious that he possessed a wide range of potential power. But he was likewise fully persuaded that this power was not to be employed by his personality as the Son of Man, at least not until his hour should come.
128:7.2 (1417.1) In deze tijd dacht hij veel, maar sprak hij weinig over zijn relatie met zijn Vader in de hemel. En de eindconclusie van al dit nadenken bracht hij eens onder woorden in zijn gebed op de top van de heuvel, toen hij zei: ‘Wie ik ook moge zijn, en welke macht ik ook al of niet zal mogen uitoefenen, ik heb mij altijd onderworpen en zal mij altijd onderwerpen aan de wil van mijn Paradijs-Vader.’ Toch was het, wanneer deze man door Nazaret liep, op weg naar of komend van zijn werk, letterlijk waar — en wel met betrekking tot een geweldig uitgestrekt universum — dat ‘in hem alle schatten van wijsheid en kennis waren verborgen.’ 128:7.2 (1417.1) At this time he thought much but said little about the relation of himself to his Father in heaven. And the conclusion of all this thinking was expressed once in his prayer on the hilltop, when he said: “Regardless of who I am and what power I may or may not wield, I always have been, and always will be, subject to the will of my Paradise Father.” And yet, as this man walked about Nazareth to and from his work, it was literally true—as concerned a vast universe—that “in him were hidden all the treasures of wisdom and knowledge.”
128:7.3 (1417.2) Dit hele jaar verliepen de aangelegenheden van de familie soepel, behalve waar het Judas betrof. Jarenlang had Jakobus moeilijkheden met zijn jongste broer die geen zin had om aan het werk te gaan en op wie ook niet gerekend kon worden voor een bijdrage in de onkosten van het gezin. Hoewel hij thuis bleef wonen, was hij niet erg consciëntieus wat betreft het verdienen van zijn aandeel in het onderhoud van het gezin. 128:7.3 (1417.2) All this year the family affairs ran smoothly except for Jude. For years James had trouble with his youngest brother, who was not inclined to settle down to work nor was he to be depended upon for his share of the home expenses. While he would live at home, he was not conscientious about earning his share of the family upkeep.
128:7.4 (1417.3) Jezus was een vredelievend man en telkens weer werd hij in verlegenheid gebracht door de strijdlustige daden en vele patriottische uitbarstingen van Judas. Jakobus en Jozef waren er voor hem het huis uit te zetten, maar daar wilde Jezus niet in toestemmen. Als hun geduld zwaar op de proef gesteld werd, gaf Jezus hun alleen maar de raad: ‘Heb geduld. Wees verstandig in je raadgevingen en welsprekend in je leven, zodat jullie jongere broer eerst de betere weg kan leren kennen en zich daarna gedwongen zal voelen jullie daarop te volgen.’ De verstandige, liefdevolle raad van Jezus voorkwam een breuk in het gezin: ze bleven bij elkaar. Maar ze kregen Judas nooit zover dat hij zijn nuchtere verstand ging gebruiken; dat gebeurde pas na zijn huwelijk. 128:7.4 (1417.3) Jesus was a man of peace, and ever and anon was he embarrassed by Jude’s belligerent exploits and numerous patriotic outbursts. James and Joseph were in favor of casting him out, but Jesus would not consent. When their patience would be severely tried, Jesus would only counsel: “Be patient. Be wise in your counsel and eloquent in your lives, that your young brother may first know the better way and then be constrained to follow you in it.” The wise and loving counsel of Jesus prevented a break in the family; they remained together. But Jude never was brought to his sober senses until after his marriage.
128:7.5 (1417.4) Maria sprak zelden over de toekomstige missie van Jezus. Iedere keer als dit onderwerp ter sprake kwam, antwoordde Jezus slechts: ‘Mijn uur is nog niet gekomen.’ Jezus had zijn moeilijke taak om zijn familie te leren wennen niet meer afhankelijk te zijn van zijn onmiddellijke, persoonlijke tegenwoordigheid, bijna voltooid. Hij maakte zich in snel tempo gereed voor de dag dat hij op harmonieuze wijze dit thuis in Nazaret kon verlaten om aan het meer actieve voorspel te beginnen tot zijn werkelijke dienstbetoon aan de mensen. 128:7.5 (1417.4) Mary seldom spoke of Jesus’ future mission. Whenever this subject was referred to, Jesus only replied, “My hour has not yet come.” Jesus had about completed the difficult task of weaning his family from dependence on the immediate presence of his personality. He was rapidly preparing for the day when he could consistently leave this Nazareth home to begin the more active prelude to his real ministry for men.
128:7.6 (1417.5) Houdt altijd het feit voor ogen dat Jezus in zijn zevende zelfschenking de primaire opdracht had zich de ervaring van de geschapen mens eigen te maken, het verwerven van de soevereiniteit over Nebadon. En bij het vergaren van deze ervaring gaf hij ook de allerhoogste openbaring van de Paradijs-Vader aan Urantia en aan zijn gehele plaatselijke universum. In samenhang met deze doeleinden nam hij ook op zich de gecompliceerde aangelegenheden van deze planeet te ontwarren, voorzover deze in verband stond met de rebellie van Lucifer. 128:7.6 (1417.5) Never lose sight of the fact that the prime mission of Jesus in his seventh bestowal was the acquirement of creature experience, the achievement of the sovereignty of Nebadon. And in the gathering of this very experience he made the supreme revelation of the Paradise Father to Urantia and to his entire local universe. Incidental to these purposes he also undertook to untangle the complicated affairs of this planet as they were related to the Lucifer rebellion.
128:7.7 (1417.6) Dit jaar had Jezus meer vrije tijd dan gewoonlijk, en hij besteedde een groot deel hiervan aan het opleiden van Jakobus voor het beheer van de reparatiewerkplaats en van Jozef voor de leiding van de zaken thuis. Maria voelde wel aan dat hij zich gereedmaakte om hen te verlaten. Hen verlaten om waarheen te gaan? Om wat te gaan doen? Zij had de gedachte dat Jezus de Messias zou zijn, al bijna laten varen. Ze kon hem niet begrijpen: ze kon haar eerstgeboren zoon eenvoudig niet doorgronden. 128:7.7 (1417.6) This year Jesus enjoyed more than usual leisure, and he devoted much time to training James in the management of the repair shop and Joseph in the direction of home affairs. Mary sensed that he was making ready to leave them. Leave them to go where? To do what? She had about given up the thought that Jesus was the Messiah. She could not understand him; she simply could not fathom her first-born son.
128:7.8 (1417.7) Jezus bracht dit jaar veel tijd door met de individuele leden van zijn familie. Hij nam hen vaak mee op lange wandelingen de heuvel op en door de landelijke omgeving. Vóór de oogst nam hij Judas mee naar de oom die boer was ten zuiden van Nazaret, maar na de oogst bleef Judas er niet lang. Hij liep weg en Simon vond hem later bij de vissers aan het meer. Toen Simon hem naar huis terugbracht, besprak Jezus de zaken met de weggelopen jongen en aangezien deze visser wilde worden, ging Jezus met hem naar Magdala en vertrouwde hem toe aan de zorg van een visser die familie van hen was; vanaf die tijd werkte Judas tamelijk goed en regelmatig tot aan zijn trouwen, en na zijn huwelijk bleef hij visser. 128:7.8 (1417.7) Jesus spent a great deal of time this year with the individual members of his family. He would take them for long and frequent strolls up the hill and through the countryside. Before harvest he took Jude to the farmer uncle south of Nazareth, but Jude did not remain long after the harvest. He ran away, and Simon later found him with the fishermen at the lake. When Simon brought him back home, Jesus talked things over with the runaway lad and, since he wanted to be a fisherman, went over to Magdala with him and put him in the care of a relative, a fisherman; and Jude worked fairly well and regularly from that time on until his marriage, and he continued as a fisherman after his marriage.
128:7.9 (1418.1) Eindelijk was de dag gekomen dat alle broers van Jezus hun beroep hadden gekozen en daarin werkzaam waren. De omstandigheden waren nu zo, dat Jezus het ouderlijk huis kon verlaten. 128:7.9 (1418.1) At last the day had come when all Jesus’ brothers had chosen, and were established in, their lifework. The stage was being set for Jesus’ departure from home.
128:7.10 (1418.2) In november vond er een dubbele bruiloft plaats. Jakobus en Esta, en Mirjam en Jacob trouwden. Het was waarlijk een blijde gebeurtenis. Zelfs Maria was opnieuw gelukkig, behalve zo nu en dan wanneer zij zich realiseerde dat Jezus zich gereedmaakte om weg te gaan. Zij ging gebukt onder de last van een grote onzekerheid: als Jezus nu maar eens wilde gaan zitten en alles vrijelijk met haar wilde bepraten, zoals hij vroeger als jongen deed, maar hij bleef constant onmededeelzaam; hij bewaarde een diep stilzwijgen over de toekomst. 128:7.10 (1418.2) In November a double wedding occurred. James and Esta, and Miriam and Jacob were married. It was truly a joyous occasion. Even Mary was once more happy except every now and then when she realized that Jesus was preparing to go away. She suffered under the burden of a great uncertainty: If Jesus would only sit down and talk it all over freely with her as he had done when he was a boy, but he was consistently uncommunicative; he was profoundly silent about the future.
128:7.11 (1418.3) Jakobus en zijn bruid, Esta, trokken in een keurig klein huis aan de westelijke kant van de stad, het geschenk van haar vader. Hoewel Jakobus het huis van zijn moeder bleef ondersteunen, werd zijn bijdrage gehalveerd vanwege zijn huwelijk, en Jozef werd door Jezus formeel geïnstalleerd als hoofd van het gezin. Judas zond nu trouw iedere maand zijn geldelijke bijdrage naar huis. De huwelijken van Jakobus en Mirjam hadden op Judas een zeer gunstige invloed, en toen hij de dag na de dubbele trouwpartij weer naar het viswater vertrok, verzekerde hij Jozef dat deze er op kon rekenen dat hij ‘zijn verplichting ten volle zou nakomen, en zo nodig meer dan dat.’ En hij kwam zijn belofte na. 128:7.11 (1418.3) James and his bride, Esta, moved into a neat little home on the west side of town, the gift of her father. While James continued his support of his mother’s home, his quota was cut in half because of his marriage, and Joseph was formally installed by Jesus as head of the family. Jude was now very faithfully sending his share of funds home each month. The weddings of James and Miriam had a very beneficial influence on Jude, and when he left for the fishing grounds, the day after the double wedding, he assured Joseph that he could depend on him “to do my full duty, and more if it is needed.” And he kept his promise.
128:7.12 (1418.4) Mirjam woonde in het huis van Jacob, naast dat van Maria, want Jacob senior was ter ruste gelegd bij zijn vaderen. Marta nam nu thuis de plaats van Mirjam in en nog voor het eind van het jaar werkte de nieuwe regeling al soepel. 128:7.12 (1418.4) Miriam lived next door to Mary in the home of Jacob, Jacob the elder having been laid to rest with his fathers. Martha took Miriam’s place in the home, and the new organization was working smoothly before the year ended.
128:7.13 (1418.5) De dag na deze dubbele bruiloft hield Jezus een belangrijke bespreking met Jakobus. Hij vertelde Jakobus vertrouwelijk dat hij voorbereidingen trof om het huis te verlaten. Hij droeg aan Jakobus het volle eigendom van de reparatiewerkplaats over, deed formeel en plechtig afstand van zijn positie als hoofd van het huis van Jozef, en maakte op ontroerende wijze zijn broer Jakobus ‘hoofd en beschermer van het huis van mijn vader.’ Hij stelde een geheime overeenkomst op die zij beiden ondertekenden en waarin werd bepaald dat tegenover de schenking van de reparatiewerkplaats, Jakobus voortaan de volledige financiële verantwoordelijkheid voor de familie op zich zou nemen, en dat daardoor Jezus van alle verdere verplichtingen in deze zaken zou zijn ontslagen. Nadat het contract was getekend en het budget zo was geregeld dat in de feitelijke uitgaven van de familie voorzien kon worden zonder enige bijdrage van Jezus, zei Jezus tot Jakobus: ‘Maar, zoon, ik zal doorgaan je iedere maand iets te sturen totdat mijn uur gekomen zal zijn, maar wat ik je stuur, dient naar de eisen van de omstandigheden door jou te worden gebruikt. Gebruik mijn geld voor de noodzakelijke uitgaven van de familie of voor hun genoegens, al naargelang jou het beste voorkomt. Gebruik het in geval van ziekte of voor onverwachte noodsituaties die ieder lid van de familie persoonlijk zouden kunnen overkomen.’ 128:7.13 (1418.5) The day after this double wedding Jesus held an important conference with James. He told James, confidentially, that he was preparing to leave home. He presented full title to the repair shop to James, formally and solemnly abdicated as head of Joseph’s house, and most touchingly established his brother James as “head and protector of my father’s house.” He drew up, and they both signed, a secret compact in which it was stipulated that, in return for the gift of the repair shop, James would henceforth assume full financial responsibility for the family, thus releasing Jesus from all further obligations in these matters. After the contract was signed, after the budget was so arranged that the actual expenses of the family would be met without any contribution from Jesus, Jesus said to James: “But, my son, I will continue to send you something each month until my hour shall have come, but what I send shall be used by you as the occasion demands. Apply my funds to the family necessities or pleasures as you see fit. Use them in case of sickness or apply them to meet the unexpected emergencies which may befall any individual member of the family.”
128:7.14 (1418.6) En zo maakte Jezus zich gereed om aan de tweede fase van zijn leven als volwassene te beginnen, de fase waarin hij zich had losgemaakt van zijn ouderlijk huis alvorens hij in het openbaar een aanvang maakte met de zaken van zijn Vader. 128:7.14 (1418.6) And thus did Jesus make ready to enter upon the second and home-detached phase of his adult life before the public entrance upon his Father’s business.